Text Size

Trein op Texel?

Een spoorlijn op Texel?



Waar of niet waar?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep er in Den Burg vanaf de verdedigingswerken "Texla" een spoortje tot achter de algemene begraafplaats.

Met paardentractie en kiepkarren werdt daar zand vervoerd voor de aanleg van de verdedigingswerken. Trouwens de uitgegraven gracht is nog steeds bij de algemene begraafplaats te zien.

Ook de 40 bunkers in het bos op het einde van het Gerritlandersdijkje zijn met zand bedekt dat met een spoorlijntje werd aangevoerd. Het lijntje werd net zoals het spoor voor "Texla" bediend met paardentractie. Deze lijn liep vanaf de Randweg langs de Rovershut tot in de Kraaienlaan.

Maar dat zijn natuurlijk geen echte spoorlijnen! .
Maar wat dacht u van een zes kilometer lange smalspoorlijn met stoomtractie dwars over het eiland?.
Of nog sterker, een twintig kilometer lang smalspoorlijn met stoomtractie rond de zuidkant van het eiland? . En deze waren er beide echt! .


Tijdens de tweede wereldoorlog waren er ook Duitsers op Texel. Alleen in tegenstelling met de gasten die wij hedendagen ontvangen waren deze hier niet op vakantie.


Om het vliegveld op het eiland van materiaal te voorzien hadden de Duitsers een zes kilometer lange smalspoorlijn vanaf een steiger aan de waddenkant bij de buurtschap Oost in Westelijke richting dwars over het eiland aangelegd.

De steiger was iets ten noorden van de huidige sluis in de op deltahoogte gebrachte waddendijk (bij de molen van het Noorden).

De spoorlijn liep eerst circa honderd meter langs de toen nog lage waddendijk naar het noorden (nu de Lancasterdijk geheten) en dan over een door de Duitsers gemaakt viaduct over het water. De Duitse betonfundering en bakstenen opbouw zijn nog te zien.

Vandaar uit dwars door de polder het Noorden, via de Eierlandse binnendijk tussen de boerderijen "Vianen"en "Jachtlust door. Dan langs de Slufterweg naar de noordkant van het vliegveld tot op het land van Langeveld van boerderij Breda (nu bekent als Hotel "Nieuw Breda").

Daar was de overslagplaats. Op het land van "Vianen" stond een kleine locloods.

De twintig kilometer lange smalspoorlijn op het zuiden van het eiland liep vanaf de haven van aan het wad gelegen pittoreske Oudeschild, in zuidelijke richting omhoog de waddendijk op, langs "De Schans" (een verdedigingsbolwerk uit ver vervlogen eeuwen), langs ’t Horntje (waar sedert 1963 de veerboot aankomt).


Dan door de duinen langs de Moksloot, achter de duinenrij en voor de bomen langs tot in de nu drukke badplaats "De Koog".

Over deze lijn werden materialen aangevoerd voor de aanleg van de Atlantikwall.
Bij de Rooms-katholieke kerk in Oudeschild was een spooraftakking het land in naar een locloods met werkplaats.

Overigens liggen de grote bunkercomplexen van diezelfde trotse Atlantikwall, waar menig Texels-kind in de jaren zestig nog speelde, al tientallen jaren door de duinafslag honderden meters ver op de zeebodem van de Noordzee.

Bij navraag door de Texelse amateur spoorhistorici bij oudere eilandbewoners bleek er opeens meer informatie bovenwater te komen. Op de haven in Oudeschild stond naast de coupure bij Bakker Havenzicht een klein spoorweghuisje. Chris Weidt was daar de overwegwachter, die de taak had om zwaaiend met een rode vlag het wegverkeer te waarschuwen voor
naderende treinen.

Op boerderij de Halm waren een machinist en een stoker in de kost. De mannen hadden verteld, dat er negen locomotieven op de lijn naar het vliegveld dienst deden. Waaronder stoomlocjes van Orenstein & Koppel, (kleine twee-assers).

Texelaars herinneren dat de machinisten en stokers af en toe briketten van
de locs lieten vallen. 's Avonds zag je dan overal zwarte pluimpjes uit de schoorstenen van de huizen komen. Bij het eindpunt van de lijn, aan de noordkant van het vliegveld, lagen een paar wissels, een loods waar de locs 's nacht in stonden en een berg steenkool.

De heer Garritsen vertelt: "De smid van de driehoek heeft aan de locomotieven moeten werken. Na 'Dolle Dinsdag'(5 september 1944) stopte het gebruik van het smalspoorlijn. De smid begroef enkele lagers van de locs, die na de oorlog goed van pas kwamen als onderdelen voor een dorsmachine".

De heer Van der Meer was stoker en herinnert zich: "de reis van Oudeschild naar de Koog duurde circa twee uur. We werden regelmatig door vliegtuigen beschoten. De locs stonden dan gelijk stil. Eens werden we beschoten bij 't Licht van Troost. Wij zijn er af gesprongen en de trein reed door tot de druk van de ketel te laag was. Er werd gereden met zes á acht wagens beladen met bouwmaterialen, of vier á vijf wagens met cement en mijnen voor de versperringen op het strand. Ook op deze lijn stopte na 'Dolle Dinsdag' het gebruik".

De heer Genkes, machinist, vertelt: "Het smalspoor kwam van Uitgeest, waarschijnlijk industriespoor van de Hoogovens. Er werd alleen overdag gereden. Meestal begonnen we om 07.00 uur de locomotieven op werkdruk te brengen. Dit duurde circa één uur en altijd onder toezicht van de Duitsers. Er werd gereden met stoomlocjes van Werkspoor en Orenstein & Koppel. Zeven machientjes waren er op het traject Oudeschild-De Koog.

De zware tweeassige stoomloc nr.59 (van de
Koninklijke Nederlandse Hoogovens en staalfabrieken in IJmuiden)

Vervolg

 


      Een spoorlijn op Texel? vervolg



Twee hiervan waren dagelijks onderweg. Er ontspoorden in de duinen vaak wagens, omdat er
stuifgaten onder de rails zaten. We moesten er met een grote vaart overheen rijden. We vervoerden stenen, cement, hout, palen en soms arbeiders. Langs de haven van Oudeschild lagen verschillende omloopsporen. De smalspoorlijn liep vanaf de haven in Oudeschild langs het huis van de familie Van Boven omhoog tot op de dijk, langs "De Schans" en "Ceres", en langs de dijk bij de familie Dogger. Als de deur van hun schuur open stond kon de trein er niet langs.
Naar 't Horntje, langs de familie Gieles, waar een waterput was. Daar werden ook de pijpen doorgeblazen en water genomen. Die waterput is er nog steeds, en een pijp van één meter steekt nog omhoog. Dan door de duinen langs 't Licht van Troost en langs de Moksloot.
Verder achter de duinvallei, langs de bomen tot in de Koog. Door geallieerde luchtaanvallen zijn één machinist en drie stokers omgekomen. In Oudeschild lagen in de wierschuur steenkolen. Nu is dit de ingang van het juttersmuseum. In november 1944 is het geheel naar Assen
afgevoerd".

(NB: Tijdens de algemene spoorwegstaking werden door de Duitsers in het oosten van het land vele smalspoorlijnen in de bossen aangelegd. Deze voor het vervoer van V1 'vliegende bommen' tussen de losplaatsen bij de spooraansluitingen en de schuin oplopende afvuurbanen in de bossen).

Op zondagochtend 14 februari 1941 om 11.00 uur beschoten twee mustangs een treintje bij het fort De Schans. De geallieerde jagers kwamen aanvliegen van de kant van Oudeschild en beschoten het railvervoer dat uit de richting van 't Horntje kwam.
De onder stoom staande loc duwde een kapotte loc naar Oudeschild. De locs werden bemand door machinist Pieter van der Muts, een 37-jarige Amsterdammer die bij melkman Jaap Eelman in de kost was, en stoker Teun Dekker, een 16-jarige jongen uit Oudeschild.

Teun: "ik zag twee vliegtuigen aankomen en het was net alsof er iemand met een stok op een tobbe sloeg.
Ineens stonden we stil en hoorde ik een hevig gesis van stoom. Snel rende ik naar de voorste loc die we kapot naar Oudeschild duwde. Het ijzeren deurtje, dat naar binnen toe openging, was geblokkeerd door de zwaar gewonde Van der Muts. Met krachtsinspanning wist ik de deur te openen, de machinist eruit te trekken en hem naast de rail in het gras te leggen.

Hard lopend ging ik naar Dirk Maas van de tuinbouw om een fiets te lenen om zo snel mogelijk naar het postkantoor van Oudeschild te gaan om een dokter te bellen. Toen de arts arriveerde was de machinist echter al overleden".

Volgens overlevering waren er bij de bunkers aan de kust ook enkele kleine stukjes spoorlijn aangelegd. Deze is niet meer zichtbaar maar onder het pad achter het duin bij hotel Opduin in De Koog zit 40 cm onder het zand nog het spoor. Ook de bunker bij Loodsmanduin kun je nog een rail staaf zien, dit is gebruikt als bewapening van het beton